Terugblik BNR Finance Debat
In het BNR Finance debat afgelopen woensdag 15 oktober discussieerden GroenLinks-PvdA, VVD, D66 en CDA over onderwerpen als kapitaal voor maatschappelijke uitdagingen, beleggen, toezicht en het vestigingsklimaat. Dit werd gehouden in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober.

Stelling 1 “De overheid moet actief stimuleren dat Nederlanders meer gaan beleggen.”
Deze stelling kon op een duidelijk 'nee' rekenen van GroenLinks-PvdA. Het is volgens Kamerlid Van der Lee (GL-PvdA) geen taak van de overheid om burgers te activeren. Hij ziet juist de rol van de overheid om te waarschuwen voor de risico’s van beleggen. D66 en CDA zaten genuanceerder in de wedstrijd. Ook zij vinden dat de overheid beleggen niet actief moet promoten, maar Nederlanders wel bewust moeten maken dat er een alternatief is voor sparen. Kennis van beleggen kan Van Dijk (CDA) alleen maar verwelkomen, net als andere manieren om burgers financieel weerbaarder te maken.
Van Eijk (VVD) vindt dat banken meer vertrouwen verdienen en uit het verdomhoekje moeten komen. De VVD wil dat financiële planning een groter deel wordt van de Nederlandse cultuur, bijvoorbeeld zoals in Zweden. Fiscale prikkels kunnen consumenten stimuleren om te beleggen in plaats van alleen te sparen.
Van der Laan: “Bij alle partijen zag je de wens om te werken aan de financiële weerbaarheid van mensen. Het informeren van consumenten over de financiële mogelijkheden van hun spaargeld gaat dan hand in hand met het belang van een goede financiële buffer.”
Stelling 2 “Toezichthouders moeten het vestigingsklimaat zwaarder laten meewegen dan strikte regels.”
In deze stelling werden de verschillende ideologieën op regeldruk goed zichtbaar: Een grotere rol voor de overheid of juist een overheid als marktmeester. Zowel CDA als VVD merken in hun bijdrage op dat bedrijven zuchten onder regeldruk. Deze Kamerleden vinden het redelijk dat de sector betaalt voor eigen toezicht, maar wijzen er wel op dat Nederland als vestigingsplaats terrein kan verliezen ten opzichte van andere landen, omdat Europese wetgeving hier strenger wordt toegepast.
Volgens Van der Lee mogen regels streng zijn, zolang de overheid zorgdraagt voor de randvoorwaarden die horen bij een goed vestigingsklimaat, zoals onderwijs en infrastructuur. Ook voor GL-PvdA is Europese samenwerking daarbij essentieel, ze vinden een gelijk speelveld belangrijker dan het aantal opgelegde regels. Vijlbrief (D66) ziet graag dat regeldruk belangrijker wordt in het politieke proces. Hij vergeleek het met het ministerie van Financiën: een motie of amendement moet financieel gedekt zijn, dus waarom zou dat niet ook voor nieuwe regels kunnen gelden?
"Ondanks de verschillen in het aanpakken van de regeldruk zag ik een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het Nederlandse vestigingsklimaat te versterken, waarbij een gelijk Europees speelveld essentieel is", aldus Van der Laan.
Stelling 3 “Alleen een nationale investeringsbank kan ons vestigingsklimaat redden.”
De VVD vindt de verwachtingen bij een Nationale Investeringsbank (NIB) te hoog en stelt dat investeren primair aan de markt is. De partij kijkt uit naar de uitwerking van de NIB door de minister, die zal volgens hun ongetwijfeld tijdens de formatie als blauwdruk worden gebruikt. De andere partijen zien juist wel een belangrijke rol van de NIB bij investeringen in vooral start- en scale-ups. Zo wil CDA’er Van Dijk met een NIB marktfalen aanpakken en versnippering voorkomen, maar waarschuwt voor verdringing van private investeerders.
Ook GL-PvdA is voor. Volgens Van der Lee is het gek dat er nog geen nationale variant van de EIB bestaat en vindt dat de overheid start-ups en scale-ups zou moeten steunen bij onrendabele leningen. D66 pakt het grootser aan: een nationale investeringsbank (NIB) – op afstand van de politiek – moet een vliegwiel zijn om 100 miljard vrij te maken. Vijlbrief ziet de NIB als de brug tussen publiek en privaat: de NIB moet een aanvulling zijn op de private markt door risicovolle projecten te financieren en dus juist niet enkel publieke projecten financieren.
Van der Laan: “De aanwezige Kamerleden waren duidelijk: een investeringsinstelling gaan we terugzien op de formatietafel. Met hoeveel startkapitaal en in welke uitvoering moet nog blijken. De NVB denkt graag mee.”