Box 3: Verleden, Heden en Toekomst

25 maart 2026

De belastingplichtige die vond dat een effectief belastingtarief van 98% over de in 2014 genoten spaarrente in strijd was met zijn recht op ongestoord eigendom kreeg gelijk van de Hoge Raad. Daarbij voorzag de Hoge Raad dat het voor deze spaarder allemaal nog veel erger zou worden omdat de ECB een monetair pad had ingezet van negatieve rentes.

Tot verbazing van velen was de voor de hand liggende oplossing om spaarders voortaan te belasten voor de werkelijke genoten rente de staatssecretaris van toen niet vergund. Deze fiscaal coherente oplossing werd verworpen door de bewakers van de schatkist. Dat de rente op Nederlandse staatsobligaties inmiddels was gedaald tot 0% mocht daarbij niet baten.

Zo ontstond een slepend dossier waarbij de invoering van de wet rechtsherstel (2017-2022), de overbruggingswet (2023 – 2027) en de wet tegenbewijsregeling (2017-2026) laten zien dat een strikte focus op begrotingsleer niet altijd een goede leidraad is bij de vormgeving van belastingwetten.

Gefocust koppel zittend op de bank met administratie.

Inmiddels zijn we een aantal jaren verder en heeft de nieuwste staatssecretaris aangegeven dat hij kijkt naar een drietal zaken:

  • een aanpassing van het wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement 2028 (WWR2028) zodat er voldoende politiek draagvlak is in de Eerste Kamer voor deze tijdelijke vermogensaanwas-belasting;

  • de doorontwikkeling van de vermogensaanwasbelasting naar een vermogenswinstbelasting zo snel mogelijk na 2028;

  • een onderzoek naar mogelijkheden om beleggen fiscaal te stimuleren in box 3; mogelijk in samenhang met het beleggingslabel Finance Europe.

Banken en belastingdienst werken op dit moment samen aan de datastructuur voor de Vooraf Ingevulde Aangifte (VIA) die aansluit bij de WWR2028 en waarbij gegevens vanaf 1 januari 2028 beschikbaar zijn. Uitgangspunt is de door de Tweede Kamer aangenomen wettekst. Wijzigingen zoals de invoering van een achterwaartse verliescompensatie of een herziene definitie van startende onderneming zullen geen obstakel zijn voor deze gegevensaanlevering.

Portretfoto beleidsadviseur Ton Daniels

Ton Daniels

Beleidsadviseur Tax

Nederlandse Vereniging van Banken


Van vermogensaanwas naar vermogenswinst

Bij een overgang van de WWR2028 naar een vermogenswinstbelasting gaat het bij het aanleveren van gegevens voor de VIA door de banken in wezen alleen om de eliminatie van de niet-gerealiseerde resultaten uit de vermogensaanwas. Dat kan vrij eenvoudig bij een systematiek die uitgaat van de waardering van het begin – en eindvermogen van de beleggingsportefeuille tegen de gemiddelde aankoopkoers. De resultante van zo een vermogensvergelijking is de gerealiseerde vermogenswinst.

Een dergelijke keuze door de wetgever lijkt – gezien de wens om zo snel mogelijk op een vermogenswinstbelasting over te stappen - de minst ingewikkelde variant waarbij gegevens voor de VIA kunnen worden aangeleverd. Wel moet er dan nog een oplossing gevonden worden voor life-events zoals overlijden die van invloed zijn op de belastingheffing maar die niet gelijk zichtbaar zijn in de systemen van de banken. Voorts moet er gewerkt worden aan een gelijk speelveld met buitenlandse banken die Nederlandse beleggers bedienen en zal er een systeem moeten komen dat geautomatiseerd fiscale data meegeeft wanneer een klant van bank wisselt.

Tot slot is belangrijk om te kijken naar de best practices in andere landen met een vermogenswinstbelasting voor de fiscale behandeling van beleggingsfondsen. Hiermee voorkomen we een onuitvoerbaar regime voor de VIA.


Beleggen stimuleren onder het nieuwe belastingregime

In Europa is het besef doorgedrongen dat we teveel sparen en te weinig investeren in bedrijven. Vanuit die gedachte wordt er binnen de ontwikkeling van de Savings en Investment Union gekeken hoe beleggen door huishoudens gestimuleerd kan worden. Ook vanuit het perspectief van financiële gezondheid en vermogensopbouw is het verstandig als huishoudens meer zouden gaan beleggen.

Voor een gezonde wijze van vermogensopbouw en het weerbaarder maken van huishoudens is het van belang om het beleggen met geld - dat boven een bepaald basisniveau aan spaargeld aangehouden wordt - te stimuleren. Dan helpt het niet dat we door de nieuwe VAB met een tarief van 36% voor de particuliere belegger de hoogste belastingdruk in Europa gaan invoeren. Het idee dat een VAB een lager tarief zou moeten hebben dan een vermogenswinstbelasting bij een gelijke opbrengst is uit het oog verloren.

Om gedragseffecten in te perken zien we dat landen als Denemarken, Zweden en Noorwegen de relatief hoge belastingdruk op vermogen mitigeren met een fiscale faciliteit voor een aandelenbeleggingsrekening voor huishoudens en de afschaffing van de erfbelasting. Het zou de nieuwe staatssecretaris sieren als hij bij het vaststellen van het tarief voor de nieuwe VAB niet alleen kijkt naar de gewenste belastingopbrengst maar ook oog heeft voor de vraag hoe we beleggen voor huishoudens aantrekkelijker kunnen maken.

Om huishoudens te stimuleren om meer te beleggen is een fiscale faciliteit essentieel. Een afzonderlijke rapportage over zo’n beleggingsrekening is net zoals in de Scandinavische landen goed in te bedden in de bancaire rapportages voor de VIA.