'Klimaat is steeds minder een ideologisch vraagstuk, maar vooral een economische realiteit'

29 april 2025

Als CEO was hij bijna drie decennia het gezicht van Triodos Bank. Met het oog op dat verleden vindt Peter Blom het een 'logische volgende stap' naar het voorzitterschap van de Commissie Financiële Sector Klimaatcommitment (CFSK). "Wij hebben de kans om met elkaar heel veel impact te maken."

Interview met Peter Blom, voorzitter Klimaatcommitment Financiële Sector

Landschap Nederland met windmolens en grasvelden met zonnepanelen.

Na zijn benoeming per 1 oktober 2024 is Blom nu ruim vier maanden actief als boegbeeld van het Nederlandse klimaatcommitment. Hij noemt het ‘boeiend en eervol’ om meer voor de financiële sector te kunnen doen. “Het klimaat gaat mij zeer aan het hart. Ik heb mij er bij Triodos Bank immers veertig jaar sterk voor gemaakt”, aldus Blom. Als voorzitter van de CFSK is hij naar eigen zeggen ‘op een rijdende trein gesprongen’.

Waar heeft hij in zijn nieuwe rol tot dusverre vooral energie in gestoken? “Met name in de vraag hoe we de rapportage over klimaat en emissies eenvoudiger krijgen en hoe we die afstemmen met Europese regelgeving. We laten bijvoorbeeld onderzoek doen naar hoe we dubbele rapportages kunnen elimineren en hoe rapportages eenvoudiger kunnen. Het rapporteren als zodanig stellen we niet ter discussie.”

Kenmerkend voor de dynamiek in de financiële sector is volgens Blom het onderlinge respect voor elkaar. “Maar er zijn wel grote verschillen tussen bijvoorbeeld vermogensbeheerders en bankiers. Dat maakt het rapporteren over klimaatdoelen complex. Uiteindelijk willen we als financiële sector vergelijkbare cijfers kunnen presenteren. Er moet nog wel het een en ander gebeuren om dat geloofwaardig te kunnen doen. Er is behoefte aan meer duidelijkheid en meer eenheid die leidt tot meer inzicht en een grotere efficiëntie.”


Uitvoering in reële economie

"En hoewel niet het meest inspirerende onderdeel, is het meten en rapporteren wel een belangrijke bouwsteen voor het klimaatcommitment”, aldus Blom. Niet voor niets is meten en rapporteren een van de drie hoofdthema’s voor de CFSK, naast financiering van de energietransitie en het opstellen van actieplannen door individuele instellingen. “We willen een verdere concretisering van de actieplannen", zegt Blom. De intenties en ambities van de sector moeten reëel en haalbaar zijn, zodat deze vertaald kunnen worden in concrete strategische doelen. Wat hierbij ook helpt is dat er resultaat wordt behaald in de vergelijkbaarheid van data over de sectoren heen”.

"Een ander belangrijk speerpunt, misschien wel het meest inspirerende, is hoe we in de energietransitie als sectoren meer met elkaar kunnen samenwerken.” Blom toont zich verheugd in dat verband te kunnen verwijzen naar de samenwerking met Invest-NL, de nationale financierings- en ontwikkelingsinstelling voor duurzaamheid en innovatie.

“Zij kunnen partijen in clusters bij elkaar brengen en zo zorgen voor een impuls om grootschalige projecten te financieren en te realiseren. In principe zijn daarvoor voldoende financiële middelen in de markt beschikbaar. Het is dus niet zozeer een geldkwestie, maar vooral de vraag hoe we een aantal grote projecten in de industrie of energievoorziening kunnen opzetten en welk type financieringen daar het best bij passen. Ik maak wel een kanttekening: als financiële sector kunnen we zelf wel heel veel willen, maar de uitvoering vindt plaats door bedrijven in de reële economie. De samenwerking tussen overheid, bedrijven en financiële sector is bepalend voor het succes.”


Huiswerk voor de sector

Volgens Blom is het behalen van de Nederlandse klimaatdoelen (55% CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050) ‘best een uitdaging’. “De financiële sector kan dat niet alleen. Het hangt sterk samen met overheidsbeleid en de mate waarin bedrijven initiatieven nemen. De financiële sector wil daarbij geen remmende factor zijn, maar juist de partij die dat mogelijk maakt. Het moge duidelijk zijn: wij nemen onze verantwoordelijkheid en houden, vast aan de gestelde klimaatdoelen.” Dit gebeurt uiteraard onder voorwaarde van het realiseren van een goed, langjarig en verantwoord rendement voor onze klanten en deelnemers.

Aan de intrinsieke motivatie van de financiële sector zal het dus niet liggen, wil Blom maar gezegd hebben. Maar er is ook huiswerk voor de sector zelf. Hij wijst op de bestaande risicorendementsmodellen die instellingen in de financiële sector gebruiken. “Passen die nog wel bij de duurzaamheidsfinancieringen voor de lange termijn? Daar zullen we als sector stappen moeten zetten. Ook omdat ik verwacht dat toezichthouders daar steeds meer aandacht aan geven.”

Ook voor de overheid ziet Blom nog wel een ontwikkelpunt. “Soms hebben we te maken met zo’n overdaad aan regelgeving dat daar een demotiverende werking van uitgaat. Regelgeving is trouwens op zich niet het probleem, het is vooral complexe regelgeving in combinatie met een inconsistentie in overheidsbeleid die de uitdaging vormt.”


Beprijzen van emissies

Blom constateert dat politiek Den Haag zich graag profileert op het klimaatthema, en niet alleen als voorstander. “Terwijl de brede onderstroom in Nederland gewoon wil doorgaan met de goede dingen die we doen voor het klimaat, ook als financiële sector. Ik hoop dat de politiek dit als iets positiefs ziet en waardering heeft voor initiatieven die vanuit de samenleving komen. We spreken de overheid aan op haar kernrol: het opstellen van effectief beleid – en niet zozeer met een vraag om geld.”

Al langer bepleit Blom de invoering van een systeem voor het normeren en beprijzen van emissies. “Dat is een effectief instrument dat geen geld hoeft te kosten, maar wel kan zorgen voor een gelijk speelveld in de markt.” Hij constateert ook dat ondersteuning van overheidswege daarbij onontbeerlijk is, maar wel met een kanttekening. “Je kunt dat niet als Nederland alleen, dat moet minimaal op Europees niveau worden geregeld. Dat is een ingewikkeld vraagstuk omdat bij de verschillende landen allerlei belangen spelen. Die zijn daar nog niet allemaal klaar voor”, aldus Blom die stelt dat politiek leiderschap een absolute voorwaarde is voor een succesvolle energietransitie. “Zo’n maatregel als CO2-beprijzing verandert de businesscase van het klimaatvraagstuk, waar de financiële sector graag op inspeelt. Duurzame energie is niet woke, maar een interessante groeimarkt. De aansluiting daarmee wil je als Nederland niet verliezen. Dat belang onderkent de Nederlandse financiële sector ook.”


Koploper voor milieu en klimaat

Tot zijn genoegen constateert Blom dan ook dat het klimaat het tij mee heeft. “Het is heel positief dat klimaat steeds minder een ideologisch vraagstuk is, maar vooral een economische realiteit met risico’s en kansen. Bovendien is er een brede onderstroom in Nederland die verder wil op de weg die we met het klimaat zijn ingeslagen.” Hij wijst ook op de geopolitieke voordelen van duurzame energie, zoals een minder grote afhankelijkheid van het buitenland.

Blom hoopt dat het klimaatcommitment zal bijdragen aan de strategische speerpunten van de financiële sector. “In mijn tijd bij Triodos Bank pakten we vaak de rol van koploper voor milieu en klimaat in de hoop dat anderen zouden gaan volgen. Het is nu geen kwestie meer van volgen, maar het sectorbreed oppakken. Dat lukt steeds beter en dat geeft vertrouwen voor de toekomst. Wij hebben de kans om met elkaar heel veel impact te maken.”